Prototype ontmoet praktijk – de iVRI-simulator aangesloten op een echte verkeersregelinstallatie

5 Juni 2026 –

Na weken van ontwerpen, bouwen en testen is het zover. Het 19 inch rack met beide iVRI frontpanelen gaat op transport naar de trainingslocatie van Heijmans Verkeerstechniek in Ede. Een prototype dat in de werkplaats prima werkte, moet het nu bewijzen op een echte installatie. Hieronder beschrijf ik hoe die dag verliep – wat werkte, wat nog niet, en wat we ervan leren.

Vroeg op pad
’s Ochtends vroeg laden we het rack zorgvuldig in. Een verrijdbaar 22U open frame met twee aluminium frontpanelen erop – het past, maar je wil niet dat er onderweg iets verschuift. Transport van een zelfgebouwd prototype voelt altijd een beetje als het vervoeren van iets kwetsbaars waarvan je precies weet hoe lang je eraan gewerkt hebt. In Ede aangekomen rijden we het rack de trainingsruimte in. Die ruimte maakt direct duidelijk waar we mee werken: staande verkeerslichten op palen, oranje pijlborden aan het plafond, een echte iVRI-regelkast aan de wand. Dit is geen testruimte – dit is een zo realistisch mogelijke replica van een echte kruispuntomgeving, bedoeld om technici te laten werken in omstandigheden die ze herkennen van de werkvloer.

De trainingsinstallatie
De iVRI-kast in Ede is een uit gebruik genomen verkeersregelinstallatie die uitsluitend voor trainingen wordt ingezet. Dat is precies wat de simulator nodig heeft als tegenspeler – een echte controller die reageert op echte signalen, niet op een gesimuleerde omgeving. De kast is een Swarco ITC-2, gebaseerd op het CCOL-platform. CCOL staat voor Consistent Controller for Open Language – een open standaard voor verkeersregelinstallaties die in Nederland breed wordt toegepast. Het idee achter CCOL is dat regelapparatuur van verschillende fabrikanten dezelfde programmeertaal en aansluitwijze hanteert, zodat onderhoud, configuratie en training niet afhankelijk zijn van één specifieke leverancier. In de praktijk betekent dat: een technicus die weet hoe CCOL werkt, kan aan elke moderne verkeersregelkast in Nederland uit de voeten. Dat maakt dit platform tot de ideale basis voor een opleidingsomgeving, en verklaart ook waarom Heijmans juist deze kast centraal stelt in hun trainingen.

Klemstroken per signaalgroep
De binnenkant van de kast is strak en doordacht georganiseerd. Voor elke signaalgroep is een eigen genummerde klemstrook beschikbaar, voorzien van heldere kleurcodering en duidelijke omschrijvingen. De kast laat zien hoe een professionele installatie eruitziet van binnen – en dat is op zichzelf al een leerzame omgeving. Hier prikt de simulator op aan. De D-sub connectors van de frontpanelen worden via de DIN-rail breakouts doorverbonden naar de juiste klemstroken. De aansluiting is bewust eenvoudig gehouden aan de buitenkant: één stekker per module, dan kijken wat de controller zegt. Wat er achter die stekker gebeurt – de pinmapping, de signaalverdeling, de terugkoppeling naar de lampuitgangen – is in de voorbereiding zorgvuldig uitgewerkt.

Montage door het Heijmans-team
De fysieke aansluiting op de kast wordt uitgevoerd door de betrokken medewerkers van Heijmans zelf. Dat is bewust – de simulator is ontworpen om door technici bediend en aangesloten te worden, niet door de bouwer ervan. De eerste montage in Ede is daarmee meteen een test van hoe intuïtief dat in de praktijk werkt. Het team werkt gestructureerd te werk: signaalgroep voor signaalgroep, klemstrook voor klemstrook. Dat werkt goed. De documentatie die ik heb meegeleverd – de DB37 en DB25 pinbezettingsschema’s – komt daarbij van pas. Zonder die papieren zou de aansluiting een stuk meer tijd kosten.

Signaallampen: volledig functioneel
Het stoplichtpaneel werkt naar volle tevredenheid. De 36 signaallampen zijn individueel aan- en uitzetbaar, en de defectsimulatie doet precies wat het moet doen: een gesimuleerde lampfout is met correcte codering af te lezen in het display van de Swarco-regelkast. Foutmeldingen verschijnen netjes per signaalgroep, met het juiste foutnummer en omschrijving en bovendien valt de iVRI automatisch in de veilige knippertoestand. Dat is het moment waarop je ziet dat de bedradingsarchitectuur klopt – de controller reageert zoals hij op een echte kruising ook zou reageren. De gezichten van het Heijmans-team spreken boekdelen als dat voor het eerst werkt.

Lussimulator: nog niet volledig
De lussimulatoren functioneren vandaag niet consequent. De inductieve lusdetectie is impedantieafhankelijk – de controller meet de frequentieverandering van een LC-kring en detecteert daarin de aanwezigheid van een voertuig. De exacte impedantiewaarde en eventuele kalibratie-instellingen in de controller zijn bepalend voor of de lus als geldig wordt herkend. Dat maakt dit een stuk lastiger te valideren dan de signaallampen, waarbij de logica helder en rechtlijnig is. Omdat de inductiespoelen op korte onderlinge afstand zijn geplaatst, is overspraak tussen kanalen een reële verdachte – de spoelen beïnvloeden elkaars veld. Als tussenoplossing heb ik een losse handbediende lusmodule meegenomen waarmee twee lussen handmatig gesimuleerd kunnen worden. Aanvullend onderzoek moet uitwijzen of afgeschermde kabel noodzakelijk is, of dat een twisted pair afdoende is, en of de controller-instelling voor lusimpedantie bijgesteld moet worden.

Bevindingen en vervolgstappen
Naast de lusproblematiek komen tijdens de dag een aantal verbeterpunten naar boven. Eén daarvan is labeling: in de huidige uitvoering zijn de signaalgroepen en luskanalen genummerd, maar niet beschreven op het frontpaneel. Voor een trainingsomgeving is het waardevol om boven elke lamp of schakelaar een korte, eenvoudig modificeerbare, omschrijving te plaatsen die aangeeft wat die signaalgroep of lus in de specifieke oefensituatie voorstelt – bijvoorbeeld “8.1”, “rijrichting 2 links” of “lus voertuigdetectie noord”. Dat maakt het paneel voor cursisten direct leesbaar zonder dat ze de klemstrookdocumentatie erbij nodig hebben. Graveren of een labelset zijn geen realisatische opties, aangezien de configuratie wisselt tussen trainingen.

Daarnaast komt de wens naar boven rondom de bekabeling. De huidige D-sub connectors werken technisch prima, maar voor een trainingsomgeving waar cursisten zelf aansluiten en loskoppelen is een robuustere connector misschien realistischer. Zwaardere veldmontagestekkers – met de blauwe kabels zoals die op echte kruispunten worden toegepast – sluiten beter aan bij het doel van de opleiding en geven cursisten de ervaring die ze in het veld ook tegenkomen. Een ingebouwde koppeling met een dergelijke stekkerset is daarmee een serieuze optie voor Fase 2. Tegelijk blijft de D-sub een prima basis voor de aansluiting aan de achterkant – het gaat dan om een aanvulling, niet om een vervanging.

Conclusie van de dag
Het prototype is gedemonstreerd. Het rack staat stevig, oogt professioneel en rijdt soepel de trainingsruimte in. De signaallampen inclusief defectsimulatie werken volledig en worden direct en correct herkend door de iVRI-controller. De lussimulator vraagt nog aandacht – impedantie, mogelijke kalibratie en kabeltechniek staan genoteerd op de onderzoeksagenda. De algemene indruk is positief: dit is een stabiele, robuuste basis waarop verder gebouwd kan worden.

Wat heb ik gebruikt
– Swarco ITC-2 verkeersregelkast op CCOL-platform op trainingsinstallatie Heijmans, Ede
– 22U 19 inch verrijdbaar rack met stoplichtpaneel (4U) en luspaneel (2U)
– DB37 en DB25 aansluitkabels
– DIN-rail breakout modules (DB37 en DB25)
– Kleurgecodeerde aansluitdraden (rood, geel, groen, blauw)
– interne klemstroken met signaalgroepomschrijvingen
– Losse handbediende lusmodule (2 kanalen) als tussenoplossing
– Festool Systainer voor transport van gereedschap en materiaal
– BotBerg pinbezettingsdocumentatie (DB37/DB25), uitgeprint op locatie beschikbaar
– Fluke multimeter voor het doormeten van aansluitingen

Wat ik zo leuk vind aan dit soort projecten
Dit is precies het type opdracht waar ik energie van krijg. Niet omdat alles van de eerste keer werkt – de lussimulator bewijst dat het dat zelden doet – maar omdat het de volledige breedte van het vak raakt. Ontwerpen in software, produceren in metaal, bekabelen, documenteren, en dan op de dag zelf staan bij een echte industriële installatie en zien of het klopt. De trainingsruimte in Ede met die echte verkeerslichten en die volle regelkast aan de wand geeft context die je in een werkplaats nooit hebt. Het maakt concreet waarom de keuzes die je weken eerder maakte de juiste waren – of waarom je ze anders had moeten maken. En dat laatste is minstens zo waardevol. Na het fixen van de lussimulator kan fase 2 wat mij betreft beginnen.

Kleine bouwer, grote opdrachtgever
Het is niet vanzelfsprekend dat een bedrijf als Heijmans Verkeerstechniek – een grote speler in de Nederlandse verkeersinfrastructuur – kiest voor een eenmanszaak als BotBerg voor dit soort werk. Dat zegt iets over hoe zij naar prototypeontwikkeling kijken. Niet als iets wat je naar een grote toeleverancier stuurt, maar als iets wat je juist bij een specialistische maker neerlegt die dicht op het probleem zit, snel kan schakelen en de combinatie van elektronica, mechaniek en software in één hand houdt. Die keuze waardeer ik. Het geeft ruimte om echt mee te denken over de oplossing, niet alleen om een specificatie uit te voeren. En het resultaat – een simulator die op dag één al foutmeldingen genereert in een echte Swarco-kast – laat zien dat die aanpak werkt.