19 April 2026 –
De kleiruimte ruikt naar aarde. Op de werkbank liggen rollen, schijven en mallen — oranje PETG, grijs PLA, MDF met een gegolfde rand. De computer was hier ook.

Tijdens een keramiekworkshop brengen we twee technieken mee de kleiruimte in: 3D-printen en lasercutten. Geen vervanging van het handwerk — een verlengstuk ervan. Het resultaat zijn twee gereedschappen die elk een ander probleem oplossen, en allebei tot iets leiden wat met de hand alleen niet haalbaar is.
Van scherm naar klei
Het begint digitaal. In Tinkercad worden de drukmodellen ontworpen — vijf varianten naast elkaar, elk met een eigen motief. Robot, skyline, circuitpatroon, camper. Op het scherm zijn ze gespiegeld: zo komen ze na het rollen of drukken correct op de klei te staan.

De cilinderrol is in Fusion 360 voorbereid. Het 2D-ontwerp wordt als reliëf op de cilinderwand geplaatst — gespiegeld, zodat de afdruk leesbaar wordt. In het 3D-model is goed te zien hoe de skyline en tekst van ‘s-Hertogenbosch om de cilinder heen loopt.


De cilinderdrukrol
Een 2D-ontwerp wordt rondom een cilinder gewikkeld — in CAD, voor het printen. De rand staat 0,8 mm uit het oppervlak. Genoeg om een scherpe afdruk achter te laten in klei, te weinig om de structuur te verzwakken. Rollen over een uitgerolde klei en het patroon zit erin.
De diameter van de cilinder is geen willekeurige keuze. Die bepaalt direct de lengte van het oppervlak waarop de afdruk plaatsvindt — de omtrek is het maximale canvas. Een cilinder van 80 mm diameter geeft ruim 250 mm afdruklengte. Genoeg voor een volledige omgang rond een middelgrote pot.

Het eerste motief: de ‘s-Hertogenbosch skyline. Sint-Jan, stadhuis, Moriaanshoofd — herkenbare silhouetten die als decoratieve band om een pot of schaal rollen. Na het printen bleek de afdrukdiepte precies goed. De klei neemt het reliëf over. De fijne details blijven intact.




Het platte drukmodel met vouwmal
De tweede techniek werkt met twee gereedschappen tegelijk. De lasercutter snijdt een vouwmal uit MDF — een cirkelmal met een karakteristieke scallop-rand. De 3D-printer maakt een bijpassend drukmodel: een platte schijf met 1 mm opstaande rand rondom het motief.

De vouwmal heeft twee functies. De binnenring verdeelt de druk evenredig wanneer je het drukmodel erop plaatst. De buitenring — de scallop — begrenst de klei en creëert automatisch een decoratieve rand rondom het motief. Je hoeft niets bij te snijden of bij te stellen.


Werkwijze: klei uitrollen op gelijkmatige dikte, vouwmal erop leggen, drukmodel erin plaatsen, gelijkmatig drukken. De binnenring zorgt dat de druk eerlijk verdeeld wordt — geen scheef resultaat, geen uitgeknepen randen.


De resultaten zijn direct bruikbaar. Robot, camper, skyline — de motieven komen strak uit de mal. Wie wil kan daarna nog nabewerken met een naaldje of spons, maar dat is optioneel.


Dezelfde brondata, drie gereedschappen
Beide technieken starten vanuit hetzelfde vertrekpunt: een vectorontwerp of 3D-model. Dat ontwerp wordt lasergesneden voor de MDF-vouwmal, gewikkeld en geprint voor de cilinderrol, en vlak geprint voor het drukmodel. Drie gereedschappen uit één bronbestand.
De computer levert de nauwkeurigheid die met de hand moeilijk haalbaar is — consistente lijndikte, herhaalbare geometrie, maatvastheid. De klei en het handwerk leveren de rest. Geen vervanging, wel een versterking.
De volgende stap ligt voor de hand: parametrisch ontwerp, waarbij diameter als variabele fungeert en motiefbreedte automatisch meerekent met de cilinderomtrek. Maar dat is voor later. Voor nu werken deze twee technieken — en de resultaten spreken voor zich.
Gebruikte hardware
– FDM 3D-printer (Bambu X1C)
– PETG oranje, grijs PLA
– Universal Laser Systems lasercutter
– MDF 3 mm voor vouwmallen
Gebruikte software
– Tinkercad voor het ontwerpen van de drukschijven
– Fusion 360 voor de cilinderomwikkeling
– Bambu Studio voor slicen
– Universal Laser CO2 lasersnijder
Ambacht en technologie — een combinatie die voor mij werkt
Ik vind het combineren van traditionele ambachten met nieuwe technieken een van de leukste dingen die er zijn. Niet omdat het moet, maar omdat het tot dingen leidt die anders niet mogelijk zijn — en omdat de combinatie zelf al inspirerend werkt. De precisie van een vectorbestand naast de onberekenbaarheid van klei. De koude logica van een slicer naast het warme, trage gevoel van werken met je handen.
Er zit ook iets zen in. Klei vergeeft niet snel, vraagt aandacht, geeft weerstand. Je kunt niet haastig zijn. Dat is precies het tegenwicht dat dit soort werk nodig heeft — en dat maakt de combinatie zo aantrekkelijk. De computer doet het denkwerk vooraf. De klei dwingt je daarna om volledig aanwezig te zijn.
